»»»»»» klomp van de maand

01: De Wietzesklomp

De Wietzesklomp heeft veel betekenis voor het Internationaal Klompenmuseum in Eelde. Vader Egbert Wietzes en later zijn beide zoons Eiso (1916 - 1977) en Egbert (1925 - 1988) zijn in hun tijd vakkundige klompenmakers. Zij vervaardigen niet alleen deze klompen, maar verzamelen ook vele soorten houten schoeisel en klompenmakersgereedschap uit binnen- en buitenland. Hun verzameling vormt de basis van het in 1990 opgerichte museum.  

Iedere klompenmaker in Nederland geeft zijn klompen een eigen accent, wat betreft vorm en versiering. Geverfde klompen hebben vaak een zwarte of gele basis, zwart voor op de kleigrond en geel voor het gebruik op de zandgrond. Met deze kleurstelling is het vuil minder zichtbaar op de klomp. Naast geverfde klompen zijn er klompen waar met een ritsmesje versieringen in uitgesneden zijn.

De meest gebruikte houtsoort voor klompen is wilgen- of populierenhout en de meest voorkomende vorm is een kapklomp of een tripklomp. De laatste heeft een korte kap en is voorzien van een leren band over de wreef. Vooral de tripklomp is favoriet bij de vrouwen, want een kapklomp geeft soms een pijnlijke wreef.

Naast gebruiksklompen en klompen die zijn aangepast voor een specifieke werksoorten, heeft het museum ook tal van kunstklompen. Een deel van de nationale en internationale collectie wordt elk jaar tentoongesteld. 

02: ‘Andenken von André’

André Fromont is tijdens de Tweede Wereldoorlog soldaat in het Franse leger. Hij wordt gevangen genomen door de Duitsers en verblijft daarna als krijgsgevangene in een kamp in de buurt van Keulen. Negen maanden lang werkt hij voor een Nederlandse kweker in Oberembt in de glastuinbouw en tulpenkwekerij. ’s Morgens worden de gevangen door de Duitse politie opgehaald om te werken en ’s avonds worden ze weer teruggebracht naar het kamp. 

In zijn vrije tijd snijdt André een paar klompjes naar Frans model voor de dochter van de kweker. Hij versiert deze met Lelietjes van Dalen (het teken van hoop) en schildert er de volgende tekst op: ‘Andenken von André’.

Op een zondag, als de meeste mensen naar de kerk gaan, ziet André kans om per fiets te ontsnappen. Hij wil naar huis, zijn eigen dochtertje is ziek. Aan de Duits-Franse grens wordt hij gearresteerd…

Hij overleeft echter de oorlog en woont daarna ten noorden van Lyon in Villefranche.

De dochter van de kweker bewaart haar aandenken aan André en schenkt de klompjes in 2003 aan het museum.

03: Bestekklompje

Oude klompen krijgen vaak een tweede leven voor ze in het vuur verdwijnen of door de houtworm worden opgevreten. Bekend zijn onder andere de klompen aan de buitenmuur met een plantje erin, de hoosklomp en de brugwachtersklomp.

Ook deze klomp met bestek is daar een voorbeeld van. Men gebruikte deze bestekklomp veelal op de binnenschepen. Tijdens varen op woelig water blijft het bestek op deze manier ‘op z’n plek’. En ook op het beroemde schilderij ‘De aardappeleters’ van Vincent van Gogh is aan de rechter muur zo’n bestekklompje te ontdekken.

04: De Groninger schoenklomp

Dit type schoenklomp wordt in de vorige eeuw onder andere gedragen door de arbeiders in de strokartonfabrieken in Oost-Groningen. Ze hebben een houten zool en hak en een leren kap, die aan de zijkant doorloopt tot aan de hak.

Voor de arbeiders, die beschermend schoeisel nodig hebben bij het werken met de machines bij de fabricage van strokarton, maakt de klompenfabriek Kok uit Kiel-Windeweer in Groningen, deze werkklompen.

Door de hoge leren kap, die nog eens extra is verstevigd door een leren bandje over de wreef, zijn ze zeer comfortabel én warm in het dragen. In het leer zijn versieringen gestanst van bloemetjes en randen, waardoor ze op schoenen lijken.

In Europa komt het dragen van klompen met een houten zool en een leren opbouw met schoenimitaties heel veel voor. Ze zijn functioneel en comfortabel voor het werk, en worden om dezelfde reden dan ook privé veel gedragen. De schoenklomp wordt in die tijd dan ook meer gedragen dan de geheel van hout vervaardigde klomp.

05: De Turkse kabkab

Dit houten schoeisel met hoge stelten [ook wel ‘trippen’ genoemd] wordt onder meer gedragen door de wasvrouwen in de Turkse badhuizen. Door het dragen van dit schoeisel komen ze niet in aanraking met het vuile waswater en de hete marmeren vloeren. Ze worden ‘Kabkabs’ genoemd naar het geluid dat ze maken tijdens het lopen.

Onder de traditionele klederdracht worden deze hoge trippen ook gedragen om de vrouw langer en slanker te laten lijken.

De zool van deze trippen is ingelegd met stukjes zilverkleurig parelmoer, ingekaderd met zilverdraad. Een brede versierde wreefriem zorgt voor de verbinding met de voet.

06: Franse werkklomp

Dit is eenvoudig model werkklomp met een smalle wreefband. De versiering met druivenbladeren en druiventrossen is in het leer gestanst. Onder de klomp is met twee bouten een ijzeren haak bevestigd.

Dit schoeisel wordt in het begin van de 20e eeuw nog in Frankrijk gebruikt, onder meer in Bourgondië en in het gebied van de Loire. De wijnboer drukt met deze klomp de houten staken voor de wijnbouw stevig in de grond: ‘planter les echalas’. Een weerhaak aan de klomp zorgt ervoor dat de staak goed klem zit.

07: IJsklompen

“Goed beslagen ten ijs komen”
Deze Nederlandse werkklompen uit 1850 worden in die tijd gedragen door de vissers uit Marken. Als het water ‘s winters bevroren is en zij niet uit kunnen varen voor de visvangst, gaan ze op deze ijsklompen met slee, hakbijl en visgerei het ijs op om in uitgehakte wakken te vissen op spiering.

De zolen van deze ijsklompen zijn voorzien van een ijzeren beslag met vijf punten, waarmee ze beter grip hebben op het gladde ijs. Door de lage temperatuur is de kans groter dat de klomp gaat barsten en daarom bevestigt men soms preventief ook nog een ijzeren bandje over de kap van de klomp.

Eenzelfde type klomp wordt in die tijd ook gedragen door de Zaanse arbeider op de houtzaagmolen, bij het werken op de ‘beun’. Een beun is een schuine houten helling, waarover men de zware boomstammen vanuit het water omhoog moet trekken naar de molen. Ook hier zorgen de scherpe punten onder de klompen voor de nodige stabiliteit bij het zware werk.

Het museum bezit een hele serie werk- of arbeidsklompen uit binnen- en buitenland, onder andere steenzetters- en veenwerkersklompen, Franse poters-, planters- en leisteenwerkersklompen.

Stuk voor stuk vakkundig gemaakt en zeer functioneel!

08: Marker bruidsklompen

In het voormalige Zuiderzeegebied, met name in Marken, is het eind negentiende eeuw gebruikelijk dat een jongen een paar mooie klompen uitsnijdt voor het meisje waarmee hij wil trouwen. Zijn de klompen klaar, dan overhandigt hij deze aan zijn meisje en doet daarmee zijn huwelijksaanzoek. Accepteert zij de klompen, dan mag ze deze dragen vanaf het moment van ‘aantekenen’ als teken van in ondertrouw zijn. Ook op de huwelijksdag zelf draagt ze deze bruids klompen. Daarna krijgen ze een plekje onder het bed of naast de bedstee, als teken van voorspoed en geluk.

Dit zijn de bruidsklompen uit 1880 van Lysbeth J. de Jong uit Marken. Haar verloofde versierde ze met houtsnijwerkmotieven en zette haar initialen er op: L J D J. De motieven hebben betekenissen als geloof, hoop en liefde.

Er zijn ook bruidsklompen met een versiering van bijvoorbeeld twee harten gecombineerd met een Turkse knoop, wat staat voor oneindigheid, in de betekenis van eeuwige liefde. Ook ziet men versieringen van een hoefijzer, hulst, klavertje vier of lelietjes van dalen. Het ene paar is nog mooier bewerkt dan het andere. Het museum heeft meerdere bruidsklompen en bruidstrippen in de collectie, onder andere uit Nederland, Syrië, Duitsland en Frankrijk.

09: Oorlogsklompjes

De heer Sid Brough uit Engeland vindt bij het opruimen van huis van zijn schoonvader, Walter Reginald Smith, op zolder deze beschilderde kinderklompjes van het typisch Brabantse model.

Walter R. Smith werkt tijdens de Tweede Wereldoorlog als chauffeur in het Britse leger en zorgt voor de bevoorrading van het Royal Warwickshire Regiment. Dit regiment is in 1944 betrokken bij de voorbereidingen van de operatie Market Garden, de bevrijding van Zuid-Nederland en de verovering van Arnhem. De heer Smith is gedurende de oorlog in Frankrijk, Nederland, Oostenrijk en Duitsland geweest. Uit Nederland neemt hij deze kinderklompjes als souvenir mee naar huis.

Op de kap is een molentje afgebeeld met de tekst ‘Holland 1944’. Op de zijkanten zijn de volgende namen aangebracht: Geleen, Oss, Nijmegen, Eindhoven, Grave en Sittard, waarschijnlijk de plaatsen waar hij in het najaar van 1944 doorheen gekomen is.

In 2009 krijgt het museum een e-mail van een Nederlandse zakenrelatie van Sid Brough met de vraag of wij geïnteresseerd zijn in deze klompjes. En zo komen ze, na bijna 70 jaar, weer terug in het land van herkomst. Wie deze souvenirklompjes heeft gemaakt en versierd zal altijd een vraag blijven.

10: Schaatsklompen of klompschaatsen

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog is het crisis in Nederland. Als in de winterperiode het werk stil komt te liggen en er geen of weinig inkomen is, proberen mensen toch op de één of andere manier brood op de plank te krijgen.

Zo maakt Eite Wijkstra uit Marum klompen en slijpt hij schaatsen. Hij komt op het idee schaatsijzers onder de klomp te zetten. De volgende stap is verwisselbare ijzers: dunne ijzers voor hard ijs en dikke voor zacht ijs. Zijn uitvinding blijft in die tijd helaas beperkt tot de regio en rijk wordt hij er niet van.

Zijn zoon Berend bewijst echter dat deze schaatsklompen goed bruikbaar zijn. Op 22-jarige leeftijd rijdt hij er in 1954 de Elfstedentocht mee en finisht in Leeuwarden na twaalf uren schaatsen, 4½ uur na de winnaar. Berend, best trots op zijn schaatsklompen, valt echter in het geheel niet op tussen de overwegend op houten schaatsen rijdende medeschaatsers.

De ontwikkelingen op schaatsgebied staan niet stil. Van de ‘houtjes’ naar de ‘doorlopers ’en van de Noren naar de huidige klapschaats. In de negentiger jaren maakt iemand in Friesland een paar klapschaatsklompen. Hij rijdt ermee op de schaatsbaan Thialf in Heerenveen en valt wél op!

Het museum heeft een bijzondere collectie schaatsklompen uit Nederland en Frankrijk.

11: Spaanse madreñas

Elegant en eenvoudig bewerkt zijn deze madreñas uit Asturië.

Afdalend vanuit de droge en dorre Spaanse hoogvlakte, kom je in de 1500 meter lager gelegen kustprovincies Galicië, Asturië en Cantabrië. Het kustgebied van Noord-Spanje is een andere wereld, het is er vochtig en groen. Er is veeteelt en waar veeteelt is worden klompen gedragen.

Deze madreñas zijn steltklompen, onder de hak zit één stelt en onder de voorvoet zitten er twee. Het lopen op deze klompen lijkt moeilijk maar gaat soepel, want door de steltjes kun je de voet beter afwikkelen en heb je, in die tijd, beter grip op de vaak slechte wegen.

Dit paar nieuwe klompen is voorzien extra stukken rubber onder de steltjes tegen slijtage en er is ook een ijzeren draadje over de kap gezet ter versteviging. Om de klomp goed aan de voet te kunnen houden, stap je er met vilten sloffen of pantoffels in.

Voor de mannen worden de klompen zwart gelakt en voor de vrouwen blank. In de tijd dat er nog geen lak beschikbaar was, rookte men ze lichtbruin met een brandend berkentakje, waarna de versiering werd ingekerfd of ingeritst.

De Noord-Spaanse provincies hebben elk een eigen naam voor deze steltklompen. Zo heten ze in Asturië madreñas en in Cantabrië albarcas. Mooie namen voor een gewone gebruiksklomp!

12: Voetenklompen

Deze klompen behoren tot de topstukken van de collectie Melin – de grootste Franse verzameling – die het klompenmuseum in 2009 heeft aangekocht. De kap van deze klomp beeldt de menselijke voet uit, compleet met tenen en nagels. Als het lopen op blote voeten een symbool is van slavernij, dan zou het aantrekken van deze klompen een duidelijk teken van vrijheid zijn. Op de onderkant van dit Franse paar is aangegeven dat deze klompen op een tentoonstelling in Parijs de eerste prijs hebben behaald. Deze klompen getuigen inderdaad van groot vakmanschap en van bijzonder fraaie volkskunst. In de collectie van het klompenmuseum zitten meerdere exemplaren van klompen die op voeten lijken, ook uit Nederland.